Toegeven, de onalledaagse titel is even wennen, maar wie het nieuwe boek van mijn vader – Fré Videler - door Freudiaanse bril leest, begrijpt al gauw dat deze vertelling uit het onderbewuste de censuur van het Über-Ich doorstaan heeft. Gelukkig, want het is een prachtig boek, dat onlangs in het bijzijn van de burgemeester van Heerlen ten doop is gehouden en vanaf nu overal te koop is!
Over het boek
“Ik en mijn schaduw. Opeens was hij daar. Niet dat hij er anders niet was geweest, maar verder dan de schaduwbeelden van de blaffende hond met een zaklantaarn geprojecteerd op een tafellaken was hij nooit gekomen. Nu was daar dus plotseling ook een stem. Meer nog, een stem die mijn hersens gebruikte. Een vals brein dat besefte dat om verder te leven volkomen afhankelijk was van mij en mij daarom het leven zuur maakte. Soms kon hij ook mild zijn, maar dat was dan niet meer dan schone schijn, een valstrik. Om de machtsverhouding volkomen duidelijk te stellen eiste hij op een gegeven ogenblik met u aangesproken te worden. Mijn weigering of vergetelheid werd gruwelijk gecorrigeerd op momenten dat zeker was dat niemand ons kon horen. Zelfs als hij goedwillend wilde zijn ging het mis: “Wie heeft dat gedaan?” Het antwoord: “ U meneer,’’ maar je bedoelde: “Ù” en dat was iemand anders; de kwelgeest, die mijn leven kapot maakte. Hoe zou ik er in slagen lichaam, geest en schaduw van elkaar te scheiden?”
Fré Videler
