Geschreven door Fré Videler, mijn vader en bondgenoot in het schrijverschap.
Ik en mijn schaduw. Opeens was hij daar. Niet dat hij er anders niet was geweest, maar verder dan de schaduwbeelden van de blaffende hond met een zaklantaarn geprojecteerd op een tafellaken was hij nooit gekomen. Nu was daar dus plotseling ook een stem. Meer nog, een stem die mijn hersens gebruikte. Een vals brein dat besefte dat om verder te leven volkomen afhankelijk was van mij en mij daarom het leven zuur maakte. Soms kon hij ook mild zijn, maar dat was dan niet meer dan schone schijn, een valstrik. Om de machtsverhouding volkomen duidelijk te stellen eiste hij op een gegeven ogenblik met u aangesproken te worden. Mijn weigering of vergetelheid werd gruwelijk gecorrigeerd op momenten dat zeker was dat niemand ons kon horen. Zelfs als hij goedwillend wilde zijn ging het mis: “Wie heeft dat gedaan?” Het antwoord: “ U meneer,’’ maar je bedoelde: “Ù” en dat was iemand anders; de kwelgeest, die mijn leven kapot maakte. Hoe zou ik er in slagen lichaam, geest en schaduw van elkaar te scheiden?
Over opgroeien en uit jezelf geboren worden
‘De hondenstrontvreter’ is een prachtige, deels autobiografische vertelling waarin met humor en zelfreflectie het opgroeien van een jongen is opgetekend. Het verhaal speelt zich af in de jaren zestig, de jaren waarin de tweestrijd tussen individu en de samenleving zichtbaar werd. Tegen de achtergrond van het vrijheidsstreven in die tijd voert een jongen zijn eigen, soms pijnlijke strijd om vrij te zijn van de beperkingen van opvoeding en burgerlijkheid.
In dit verhaal speelt de tweestrijd tussen de hoofdpersoon en zijn eigen schaduw een sleutelrol. Het was Freud die ontdekte dat tijdens het psychisch rijpen, het kind talloze, als pijnlijk beleefde ervaringen onderdrukt. Deze miskende delen van onszelf gaan ondergronds een eigen schaduwbestaan leiden. Dit wil niet zeggen dat ze niet meer bestaan, ze worden slechts voor de buitenwereld verborgen gehouden om – op gezette tijden – als een of andere schaduwfiguur de kop op te steken!
In de traditie van ‘Demian’ van Hermann Hesse, dat het spiritueel volwassen worden beschrijft, geeft ‘De hondenstrontvreter’ inzicht in het psychisch volwassen worden van een kind. Om in de woorden van Hesse te blijven:
“Ik wilde slechts uitleven wat in mij zat. Waarom was dat zo moeilijk?”
‘De hondenstrontvreter’ is vanaf mei 2012 te verkrijgen in boekwinkels in Nederland en België of via www.bol.com
Fré Videler, is geboren in 1946 in Heerlen. Hij zegt zelf over zijn schrijven:
Als ik geen lezers zou hebben, zou ik ook niet schrijven. Ik schrijf weliswaar met plezier, maar de respons van lezers geeft zoveel meer. Het begon op de HBS. In die tijd doodde ik liever de saaie lesuren met het schrijven van korte verhalen. Onderwerpen waar ik iets mee had, de teksten vlogen dansend uit mijn pen.
Na mijn diensttijd kwam ik in het reclamevak terecht. Het duurde niet lang of al het tekstwerk belandde op mijn tafel. Het bureau groeide, ik werd partner. Ik had een aantal spraakmakende accounts in mijn pakket. Vanaf toen geen tekstwerk meer, wel actief brainstormend en creatief verantwoordelijk. Intussen was ik managing director geworden van BOVIL Maastricht, destijds Limburgs grootste reclamebureau. Totdat mijn rechterarm niet meer wilde en meer van dat soort ongein, en ik gedwongen was te stoppen met werken. Om mijn dagen te vullen ging ik weer schrijven. Onder andere dit verhaal. Nu is mijn Parkinson zo vergevorderd dat het me nauwelijks nog lukt een woord ineens foutloos op het scherm te krijgen.
Frans Kunkels, klinisch psycholoog-psychotherapeut, over het boek:
‘De hondenstrontvreter’ is het verhaal van de jongen Ferry, die in de roerige jaren zestig opgroeit in Heerlen. Als Ferry een jaar of acht is, ontdekt hij dat zijn schaduw tot leven komt. Een schaduw met niet alleen een stem. Het wordt een identiteit, een vals brein dat uitgroeit tot een plaaggeest die de ontwikkeling van de opgroeiende Ferry ernstig ontwricht. Het verhaal wordt verteld als een persoonlijke geschiedenis. Door de directe stijl zonder onnodige toevoegingen en uitweidingen treed het verhaal in alle hevigheid op de voorgrond.
In ‘De hondenstrontvreter’ krijgt de persoonlijkheidstheorie van Sigmund Freud handen en voeten. Daarnaast wordt de tijd en de tijdgeest in de Mijnstreek, die juist in die periode aan zoveel verandering onderhevig was, in dit boek met humor en zelfrelativering beschreven.
